Art. 47 Rv Corona-betekening in veegwet

De afgelopen weken is er veel te doen geweest over de werkwijze die de als KBvG heeft geadviseerd, de zogenaamde ‘corona-betekening’ ex artikel 47 Rv. Zeker nadat er twee uitspraken werden gepubliceerd die deze wijze van betekening ter discussie stelden.

Die discussie is nu beslecht. Het ministerie van J&V heeft een tweede spoedwet geschreven, waarin onder meer wordt bepaald dat voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, derde volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van een feitelijke onmogelijkheid steeds sprake is zolang de maatregelen van het RIVM voorschrijven dat personen afstand houden wegens besmettingsgevaar met Covid-19. Ook wordt bepaald dat dit artikel terug werkt tot en met 16 maart 2020. Die wijziging wordt als volgt gemotiveerd en aangekondigd:

“Bij de betekening van exploten, waaraan de wet rechtsgevolgen verbindt voor bijvoorbeeld het verlenen van verstek of het stuiten van verjaring, is het voor justitiabelen en voor de beroepsgroep van groot belang dat er zekerheid bestaat over de rechtsgeldigheid van een betekening. Ik acht het in het algemeen belang van de volksgezondheid – voorkomen van besmettingen –, de continuïteit van de wezenlijke toegang tot het recht gedurende de coronacrisis en de rechtszekerheid dat voor deurwaarders duidelijk is wat in het relaas van de betekening moet staan. Voor een aantal losse punten van verschillende departementen is op dit moment een tweede spoedwet in voorbereiding. Van de gelegenheid wordt gebruikt gemaakt om daarin ook dit punt mee te nemen, door te regelen dat van een ‘feitelijke onmogelijkheid’ in de zin van artikel 47 Rv om in persoon te betekenen steeds sprake is zolang de RIVM-richtlijnen voorschrijven dat afstand moet worden gehouden. Dit betekent dat de deurwaarder niet steeds eerst hoeft aan te bellen om aan zijn verplichtingen te voldoen. De inschatting van de situatie of zonder gevaar voor besmetting en met inachtneming van de RIVM-richtlijnen in persoon kan worden betekend, wordt overgelaten aan de deurwaarder.”

Dit laat onverlet dat de gerechtsdeurwaarders waar mogelijk pro-actief met de debiteur contact zoeken, zoals door de Minister ook aangehaald: ‘De gebruikelijke aanvullende toelichting verstrekt de gerechtsdeurwaarder dan via alternatieve contactvormen als telefoon of mail. Daar waar de gerechtsdeurwaarder beschikt over de contactgegevens, doet de gerechtsdeurwaarder dit op eigen initiatief.’

contact

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van de KBvG. Mocht u toch nog vragen hebben, neem gerust contact met ons op.